De dwalingen zijns weegs Yiri T. Kohl
Het was al laat geworden en ik moest er toch echt eens vandoor. Op straat liep ik op weg naar huis, of andersom zo u wilt, een beetje te sprinten zoals ze dat noemen. Mijn kuiten waarschuwden mij dat ik, mits ik nog lang
zo doorging, vroeg of laat, en in dit geval dus vroeg, zou moeten ophouden met rennen, en dat als ik dat niet deed, ik hoogstwaarschijnlijk wel nooit meer zou rennen. Nog niet geheel hersendood dat ik was, gaf ik gehoor aan
deze noodkreet van mijn lichaam en temperde ik mijn tempo ietwat. Met andere woorden, ik ging rustig lopen. En het was juist op dat moment, dat
een verdwaasde en schijnbaar verdwaalde ziel mij de juiste weg naar het Rembrandplein vroeg. Verdwaald was hij dus niet alleen schijnbaar, maar
hij was het ook daadwerkelijk! Ik wees hem de weg, maar toen ik hem op de munt wees bleef het toch wel enkele ogenblikken stil. De man was helemaal de weg kwijt.
Na een lange stilte, waarin de man mij in verwarring aan stond aan te staren begon het. Zijn hele levensverhaal moest ik aanhoren, en dat was natuurlijk niet zomaar wat, want anders zou hij er niet zo mee te koop lopen. Dat zou immers niets verdienen. En als ik het geheel even kort
samen moet vatten, en dat moet ik zeker doen om saaiheid te voorkomen, kom ik ongeveer op het volgende verhaal uit.
De man was zwaar alcoholist. Jaagde er zo een rug op een avond door. Moest er even uit. Niet naar de Hawaii, maar ergens anders. Het C.A.D.
bijvoorbeeld. Om uit te rusten. Af te kicken. En dat had ie gedaan. Had er vier weken gezeten, maar was nu weer vrij, anders stond ie niet hier.
Geen druppel gedronken in die weken. Maar nu weer wel. En nu stond ie hier. En de weg was hij kwijt evenals zijn geheugen.
En hoewel dat laatste op mij toch zeer verwarrend overkwam, daar de man mij toch net haarfijn had staan vertellen wat er met hem aan de hand was, had ik toch wel medelijden met hem. Als met een debieltje aan mijn arm liep ik
met de man door de stad. Wees hem op de McDonald's in de hoop dat hij het met dit herkenningspunt misschien zou redden. Wees hem op de speelhal aan het einde van de straat. En waarachtig. De man begon de wereld weer te
begrijpen, en meteen wist hij een manier waarop de wereld hem ook weer zou begrijpen, dus stelde hij mij voor wat te gaan drinken. En ik zei geen
nee, want dat is niet netjes en bovendien moest ik natuurlijk die arme jongen een beetje in de gaten houden voor het geval hij domme dingen zou
gaan ondernemen die hem misschien in de problemen zouden brengen. Want dat moesten we natuurlijk niet hebben. Dan heb je zo een last van je geweten, wanneer je de volgende dag in de krant ziet staan dat er een dronken man in
de gracht is gevallen en spontaan is verzopen. Dus ik met hem mee en samen gedronken.
Was best lekker nog ook. Heb ik daarna wel vaker gedaan. Kent u dat? Dan word je zo rozig, en je voelt je heerlijk ontspannen. En je gedachten zijn elders zodat je puur van het leven kunt genieten. Zo leer je geluk eigenlijk pas echt kennen, tenminste dat dacht ik. Dacht, want het leven bestaat natuurlijk ook uit de minder leuke dingen, maar dat heb je niet door op zulke momenten. Dat is nou juist de gein. Maar uiteindelijk komt er een moment dat dat meer wordt, en dan gaat het mis. Dat is te verwachten, maar zelf zie je dat niet. Zelf zit je in die roes. Dus je bent er eigenlijk zelf niet eens bij, scheelt dat even. Is een pak van m'n hart, want anders zou ik er nog zelf verantwoordelijk voor zijn geweest ook. In ieder geval heb ik net vier weken bij het C.A.D. gezeten. Ben sinds vanochtend weer vrij, maar ben toch weer aan het drinken geslagen.
En nou vroeg ik mij af,...
Kunt u mij misschien de weg wijzen?
Andere verhalen van Yiri T. Kohl:
|